Soorten en werking

Schijvenmachine of doorloopmachine: waar het onderscheid op neerkomt

Twee koks aan het werk aan de doorgeefbank van een professionele keuken
Foto: Silvercrest Allessnijder - Vermogen: 100 W - Maximale snijdi — Productfoto · bol.com

Twee manieren om product langs een mes te krijgen

Alle groentesnijmachines doen hetzelfde: product langs een draaiend mes voeren. Het verschil zit in wie dat voeren doet. Bij een schijvenmachine bent u dat zelf: u legt het product in de vulhals en duwt het met een stamper naar beneden. Bij een doorloopmachine neemt het apparaat dat over met een aanvoerband, een vulhopper of een roterende trommel.

Dat klinkt als een detail, maar het bepaalt het hele werkritme. Bij een schijvenmachine staat er iemand bij de machine zolang hij draait. Bij een doorloopmachine vult iemand hem bij en doet ondertussen iets anders.

De schijvenmachine: flexibel en overzichtelijk

Een schijvenmachine is compact, staat op een werkblad en is binnen een minuut omgebouwd naar een andere snit. Dat maakt hem geschikt voor keukens die kleine hoeveelheden van veel verschillende dingen snijden: een restaurant dat vijf kilo prei, drie kilo wortel en twee kilo courgette nodig heeft, is met een schijvenmachine sneller klaar dan met een groot apparaat dat elke wissel met een schoonmaakronde afrekent.

De grens is het uithoudingsvermogen van degene die duwt. Twintig kilo lukt; honderd kilo aan één stuk is zwaar werk, en het aandrukken wordt naarmate de dag vordert steeds minder gelijkmatig — wat u terugziet in de plakdikte.

De doorloopmachine: constant tempo, minder flexibel

Doorloopmodellen hebben een grote trechter waar u kilo's tegelijk in kwijt kunt. Het product wordt door zwaartekracht of een band aangevoerd en de machine houdt zijn tempo vol zolang er iets in de trechter ligt. Bij honderd kilo wortel per dag is dat het verschil tussen een halve dag werk en een halfuur.

Daar staat tegenover dat zulke machines groter zijn, vaak een vaste plek en soms een krachtstroomaansluiting vragen, en dat het wisselen van schijf meer werk is. Ze renderen bij volume en herhaling, niet bij variatie.

Combinatiemodellen en waar ze tekortschieten

Veel fabrikanten bieden een tussenvorm: een schijvenmachine met een afneembare hopper, of een doorloopmodel dat met een kleinere vulhals ook stuk voor stuk gevoerd kan worden. Dat werkt, maar zelden even goed als beide losse varianten.

Let vooral op wat er bij de aanvoer misgaat. Een hopper die op een schijvenmachine wordt gezet, verdeelt het product niet altijd gelijkmatig over de schijf; de eerste stukken worden netjes gesneden, de laatste tuimelen erdoorheen. Vraag om een proefdraai met uw eigen groente voordat u zo'n model kiest — leveranciers demonstreren graag met wortel, omdat dat het product is waarmee elke machine er goed uitziet.

Veelgestelde vragen

Kan één machine beide manieren aan?
Sommige modellen wel, met een verwisselbare vulkop. Reken er wel op dat u dan twee opzetstukken schoon moet houden en dat de omschakeling in de praktijk zelden meerdere keren per dag gebeurt.
Heeft een doorloopmachine krachtstroom nodig?
De kleinere modellen niet, die draaien op een gewone wandcontactdoos. Vanaf ongeveer een kilowatt continu vermogen komt krachtstroom in beeld, en dat is een installatiekwestie die u vóór de aanschaf uitzoekt, niet erna.
Wat gaat er sneller stuk?
Bij schijvenmachines zijn dat de vulhals en de stamper, simpelweg omdat daar met kracht op geduwd wordt. Bij doorloopmodellen zijn het de aanvoerdelen: banden, lagers en de aandrijving van de trommel.

Lees ook